











Dag 9 (of was het nu fase 2?) Mensen vragen mij: "Ninske, hoe is 't ermee? En met het lijf?" Nouuuuu, ik ben zo fit als een hoentje (zouden onze noorderburen zeggen). Geen blaren, geen pijntjes, niks van dat. Goed, de benen durven ’s avonds wel eens te protesteren maar de volgende ochtend sta ik er weer. Allé, ja... fris is een groot woord. Laat ons zeggen dat ik de eerste vijf kilometer functioneer als een slaapwandelaar die zoekt naar het heilige aroma van een straffe koffie. Maar waar was ik gebleven? Juist, de Camino. Ik was een week van 't padje af, figuurlijk dan. De dag voordien zat ik nog in de congé-sfeer. Met Jelle, Anthony en Maria waren we gestrand in Bilbao. Wat cultuur opgesnoven in het Guggenheim, en daarna heeft Jelle ons op sleeptouw genomen voor een kroegentocht. Het thema van de avond: zeevruchten. Voor ieder wat wils, en bij elk beestje hoorde natuurlijk een natje. Maar bon, giet daar een sausje over van 35 graden en een gebrek aan voldoende nachtrust, en je krijgt een cocktail van vermoeidheid. De groepsreis was voorbij. De vogels waren gaan vliegen. Ik was weer alleen, en eerlijk gezegd... Ik had nood aan de eenzaamheid. Ik pikte de draad weer op in Castro Urdiales. Het begon al meteen met een spektakel: een gloeiende vuurbal die traag uit de zee omhoog kroop. ☀️ Het was een voorteken. Een bloedhete dag werd het. Mijn zonnecrème aangelengd met zweet. Maar het decor, o mensen, het decor was onbeschrijflijk schoon. Doe even je ogen dicht en beeld je in: de frisse ochtendlucht die zich vermengt met de licht zoete geur van onrijpe vijgen. Die geur wordt opgewarmd door de oude stenen van de slaperige dorpjes, stenen die de hitte van gisteren nog vasthouden. Je wandelt daar tussen de groene weiden, tussen het jonge vee dat u wat schaapachtig aankijkt. En dan begin je te klimmen. Hoger, steiler, de kuiten bijten. Tot plots... Plots sta je daar. Je hebt de zoveelste heuvel overmeesterd en daar piept de zee vanachter de rotsen. De zilte zeelucht trekt recht uw neusgaten binnen. Het verzacht de ademhaling. En pas dan besef je: "Miljaar, ik sta hier op het randje van een klif." En diep onder je klotst het water. Wild, luid en kolkend tegen de rotsen. Die cirkel van vijgenbomen en verborgen stranden herhaalde zich keer op keer. Tot het allerlaatste uitzichtpunt mij een spectaculaire blik gunde op mijn eindbestemming: Laredo. Het was overweldigend. Er is geen enkel fototoestel ter wereld dat dat gevoel kan vangen. Helemaal alleen, met die brandende zon in m'n nek. Maar ja... Merece la pena. 🍀 Het was de moeite waard. Na een pittig stuk over de rotsen en een dappere afdaling, klopte ik aan bij de pelgrimsalbergue. En wie doet er open? Een pinguïn?! Ah, nee. Het was moederoverste. En zo kwam ik in het klooster terecht. Prachtig was dat. De eetzaal keek recht uit op de indrukwekkende architectuur van de kerk. Ik kreeg een kamer voor twee personen én een échte badkamer. Een hemelse ervaring (om in het thema te blijven) 🙏 Zo was ik onverwacht toch eens wat dichter bij Onze Lieve Heer en Onze Vader. Mijn eigen vader daarentegen, die moest het stellen met slechts een telefoontje van zijn dochterlief die er op vaderdag niet bij was. 😞 Maar geen nood, ik heb die avond in het klooster speciaal voor hem een weesgegroetje gedaan. Om al zijn zonden kwijt te schelden. Of toch pakt... het grootste deel ervan. Men kan geen mirakels verwachten hé, of toch? 🧐 En zo, met een reine ziel en vermoeide voeten, begon fase 2 van mijn Camino del Norte. Hasta pronto, Ninske
Buen Camino 🥾