← Alle updates

STUKJE GESCHIEDENIS

STUKJE GESCHIEDENIS

-Stappen in het Spoor van de Waanzin- Nu dat ik efkes niet op het Camino-pad aan het wandelen ben, kan ik er met een helder hoofd op terugblikken. En vandaag wil ik je eens meenemen in de geschiedenis. De pelgrims rondom mij zeggen dat ze hier lopen om ‘zichzelf tegen te komen’. Om ‘tot rust te komen’. Op de een of andere manier komt het telkens neer op bezinning, of simpelweg genieten van die eindeloze wandeltocht. Wel... Rust en vakantie? Geen sprake van in de voorbije eeuwen. De Camino is gebouwd op politiek, bloed, angst, beschimmeld brood en een heel specifiek lijk... 💀 -The man, the legend- Het begint allemaal bij de mens rond wie dit hele circus draait: de apostel Jakobus de Meerdere. Een man met een identiteitscrisis, want naargelang welke pelgrim je onderweg aanspreekt, heet die anders. - De Spanjaarden hebben het over Santiago el Mayor (een samentrekking van Sant Iago). - De Fransen noemen hem Saint Jacques le Majeur (denk aan de Coquille Saint-Jacques, die heel lekkere pelgrimsschelp). - De Engelsen hebben het over James the Greater. En als ik straks hopelijk dat pelgrims certificaat in Santiago overhandigd krijg, staat hij er in het Latijn op: Iacobus Maior. Die man, een apostel van the one and only Jezus, werd in het jaar 44 na Christus onthoofd in Jeruzalem. Zijn volgelingen hebben hem daarna in een stenen boot gelegd. Zonder zeilen. Zonder roer. En engelen (?!) hebben die over de woeste oceaan naar de kust van Galicië gestuurd. Daar werd hij begraven. In het diepste geheim. En toen werd het stil. Allé, bijna 800 jaar lang wist geen kat waar die apostel lag. ✨Tot het jaar 814. Een kluizenaar genaamd Pelagius zit daar in zijn bos. Die mens had waarschijnlijk al in geen maanden een fatsoenlijk gesprek gevoerd, want plots ziet hij sterren dansen boven de bomen. Een sterrenregen. Hij volgt die lichten, begint te graven op die plek en vindt daar... een kist met botten. Hij geloofde direct dat het de apostel Jakobus was. Die plek werd Campus Stellae genoemd, oftewel het sterrenveld. Vandaar dus... Compostela! De koning van toen, Alfonso II, hoorde dat en dacht: “Tiens. Een dode apostel in mijn achtertuin. Dat komt fantastisch uit.” Alfonso had namelijk een gigantisch probleem met de islamitische Moorse legers die Spanje bezetten. Hij had een symbool nodig. Een dode man om zijn levende soldaten te motiveren. Alfonso twijfelde geen seconde, sprong op zijn paard en reed als de allereerste pelgrim ooit naar dat graf. Die route dwars door de gevaarlijke, mistige bergen van Asturië noemen we nu de Camino Primitivo, de Oorspronkelijke route. 🛘 Pittig, zwaar, vol modder en eenzaamheid. Maar in die jaren de enige veilige optie, want in het zuiden was het amok. -De Middeleeuwse Hype- De middeleeuwse waanzin sloeg toe. Iedereen ging aan het wandelen. Miljoenen mensen. Maar die wandelden niet in hippe, ademende merinowollensokken en trailrun schoenen. Een heel groot deel van die pelgrims was daar omdat de rechter had gezegd: “Gij hebt uw buurman met een riek bewerkt, gij zijt een moordenaar. Uw straf is: gij krijgt zware ijzeren kettingen rond uw kluiven en gij stampt nu subiet naar Spanje. En kom niet terug vooraleer de bisschop in Santiago een stempel in uw boekske heeft gezet.” Boetepelgrims. Je liep dus letterlijk tussen de dieven en moordenaars. De rest van de bende liep uit pure doodsangst voor de hel. Of omdat ze het Sint-Anthoniusvuur hadden. Dat is een vreselijke ziekte die je kreeg als je beschimmeld roggebrood at. Uw ledematen beginnen dan zwart uit te slaan en vreselijk te branden. Die arme zieken dachten dat als ze de botten van Jakobus zouden aanraken, het branden zou ophouden. Dus die sleepten zich voort door de bossen, achternagezeten door wolven en door malafide herbergiers die gif in de soep draaiden om de stervende pelgrims te kunnen bestelen. Het was zó gevaarlijk dat een Franse monnik, Aymeric Picaud, rond 1140 de allereerste reisgids ter wereld schreef: de Codex Calixtinus. Niet om te vertellen waar je de beste tapas kon krijgen. Nee nee. Hij schreef waarschuwingen: “Pas op bij die specifieke rivier, want als uw paard daarvan drinkt, valt het direct morsdood neer. En de Basken... de Basken zijn barbaren, die gaan u oplichten aan de tolpoort.” Omdat die oorlog in het binnenland bleef duren, zochten pelgrims uit Noord-Europa andere wegen. Ze kwamen met boten aan en liepen langs de steile kliffen en ruige surfstranden van de noordkust: de Camino del Norte. Veilig voor de Moren, beschut door de bergen, maar loodzwaar door het constante stijgen en dalen bij elke riviermonding. Pas toen de Spaanse koningen de Moren definitief naar het zuiden hadden gejaagd, zeiden ze: “Allé, we leggen een brede, gemakkelijke weg aan door de vlakkere valleien.” Zo ontstond de Camino Francés. Ze bouwden gigantische stenen bruggen en wie daar een herberg begon, hoefde geen belastingen te betalen. En hup: de commerce was vertrokken en de Francés werd de drukke hoofdader die we vandaag nog kennen. -De Grote Verdwijntruc- En toen... werd het ineens muisstil. De pest roeide een derde van Europa uit. Maarten Luther begon te verkondigen dat pelgrims knettergek waren en dat heiligenverering pure afgoderij was. En in 1588 raakte de aartsbisschop van Santiago zó in paniek van de Engelse piraat Francis Drake, die de Spaanse kust aan het plunderen was, dat hij de botten van Jakobus in het holst van de nacht heeft verstopt onder de vloer van de kathedraal. Maar dan... is die aartsbisschop gestorven. Zonder die locatie aan iemand te vertellen. Vermanteld. Driehonderd jaar lang wist niemand waar de apostel lag! De Camino stierf uit. Er liep geen kat meer. Totdat een paar bouwvakkers in 1879 tijdens verbouwingen per ongeluk met hun schop tegen een verborgen stenen kistje botsten. “Moh. Jakobus. Gevonden.” Rond de jaren ’30 van de vorige eeuw lag de Camino er nog altijd doods bij. En toen kwam dictator Francisco Franco aan de macht. Die mens was oerconservatief en dacht: “Hmm, die middeleeuwse legende van Jakobus als riddersymbool en 'Morendoder'? Dat kan ik perfect gebruiken voor mijn propaganda.” Franco bombardeerde de apostel tot de spirituele beschermheer van zijn fascistische regime. Spaanse jongeren werden verplicht om op pelgrimstocht te gaan om 'goede patriotten' te worden. Maar dat werkte averechts: voor de rest van Europa kreeg de Camino een heel vies politiek smaakje. Niemand wilde er nog wandelen. Pas toen Franco in 1975 stierf, kon de route eindelijk weer ademhalen. Vroeger vluchtte men voor de hel, vandaag voor de burn-out. Met onze blaren. En ademend ondergoed. Te kijken naar gele pijlen die in de jaren '80 door een pastoor met restjes wegenverf op de bomen zijn gekalkt. We lopen in de voetsporen van moordenaars, zieken en koningen. Daar zal ik aan denken. Als ik na een lange dag wandelen een frisse cerveza drink. Buen Camino, pelgrims. En past op voor de herbergiers, hé. Hasta pronto, Ninske

Buen Camino 🥾